Blog 2019.06 – Dinsdag 21 mei 2019

Geplaatst op: 22 mei 2019

Wat een dag! Nu al een topdag die niet meer stuk kan. Niet vanwege zeldzame vogelwaarnemingen – daar ga ik niet voor op reis – of het mooie weer, maar vanwege de plek: Jan Mayen-eiland.

Terwijl ik nog op één oor lag, kwam dat stukje vaderlandse geschiedenis langzaam uit zee en damp tevoorschijn. Even later stoomde de Plancius langs de westpunt ervan de hoek om in NO richting, langs de NW kust van Jan Mayen, even onherbergzaam en unforgiving [voor schipbreukelingen] als de rest van het eiland.

Alleen in de baai waar de Hollandse walvisvaarders rond 1634 neerstreken en hun winterverblijf hadden, daar is het meestal beschut en bewoonbaar, de Kvallrossbugta, pal achter een indrukwekkende overhangende vogelrots met door de wind uitgeslepen plateaux, waar de drieteenmeeuwen en nsv’tjes en ook zeekoeten veilig kunnen broeden. Op dit, niet door Jan May ontdekte [dat weten we dankzij de lezingen!] eiland zitten geen poolvossen, maar want die zijn door vroegere pelsjagers uitgeroeid, wel zo fijn voor de vogels.

Wat een eiland, hiervoor ben ik (terug)gekomen [en na de vertrouwde BBC-weerberichtstem van Morten ook uit bed gekomen] want dit is pas echt een remote place, ook al komen hier zelfs ‘echte’ cruiseschepen, zoals de Noorse commandant mij vertelde. Maar vergeleken met Antarctica is het hier uitgestorven. Ook de aantallen vogels zijn niet om van achterover te slaan – er vliegen wel grote groepen kleine alken rond – maar vergeleken met de Hebriden (mijn referentiepunt) zijn de rotsen hier dunbevogeld.

Weinigen kunnen het ons nazeggen: op 21 mei 2019 ben ik op een van de meest verlaten plekken op aarde geweest! Op enkele bouwsels en de gravelweg na ziet het er hier inderdaad Godverlaten uit. Die walvisvaarders, jonge jongens vaak, zullen dat ook zo gevoeld hebben, alleen hadden zij wel een vast Godsgeloof, wat hen in hun moeilijkste momenten en bij hun niet-zelfverkozen einde wel tot steun geweest zal zijn.

Na Jan Mayen weten wij nu hoe een vulkaanlandschap eruitziet. Wat een ruige rotsen, gekke vormen en stenen en enorme asvlakten heb je hier! Duidelijk nog tamelijk jong dus, gezien de uitbarstingen van de jaren ’80 en eerder. Alleen bij de Etna en op Hawai kun je als tourist zo dicht bij verse uitwerpselen van Moeder aarde komen. Op enkele punten lijkt het landschap/oppervlak meer op Mars of de maan dan op de aarde zelf, zo levenloos ziet het eruit.

Dat werd nog versterkt door de dampzware afwezigheid van de zon, waardoor alles – en helaas ook mijn foto’s – in zwart-wit wordt waargenomen. Des te mooier zijn dan de groen bemoste berghellingen, met wat sprietenplanten de enige levende organismen die ik waarneem. De vogels niet meegerekend en ook de mensen niet, die als semi-ruimtevaarders met pijpvormige instrumenten sjouwend, zich hier inderdaad atronaut konden voelen, hun eerste stappen op een vreemde planeet zettend.

Zo heb ik me die eerste keer, vijf jaar geleden, inderdaad gevoeld. Toen hadden we meer zon en mooi fotolicht en een nog hogere temperatuur. Vandaag was het duidelijk boven nul, wat het gevoel versterkt dat de stukken permafrost die we tegenkwamen, er volgend jaar niet meer zullen zijn. Ook hier kun je dus klimaatverandering meemaken en concreet waarnemen.

Dat gaan we op Spitsbergen nog realistischer ervaren, want daar trekken de gletsjers zich zichtbaar terug. Overigens las ik daarover in het boek ‘Svalbard’ van Jan P. Strijbos (nu in de boordbieb) dat de bewoners al in 1956 opmerkten dat het steeds warmer werd……de vroegste waarneming van klimaatverandering, bij mijn weten.

Dat besef kon mijn pret niet drukken, want dit eiland is toch een once-in-a-lifetime ervaring. Ondanks de kille wind en het sombere weer [heel natuurgetrouw, want dit is geen mooi-weer-vakantie-eiland!] gingen wij enthousiast ertegenaan. Eén groep ging voor de langere afstand naar de lagune, de andere bleef bij de Brielse toren en sjokte langs het lavazandstrand. Naar de lagune was best zwaar, want de weg erheen gaat flink omhoog. Cumulatief hebben wij wel 500 meter gestegen, denk ik.

De beloning was geen blue lagoon maar een uiterst grijze lucht en zee – in de verte – en de mooiste groene hellingen van het hele eiland. Met uitzicht richting vulkaan, die maar niet te voorschijn kwam – totdat het middenstuk aan het eind van onze wandeling toch even zichtbaar werd. Alle ogen en lenzen werden daar toen ook meteen op gericht, de Beerenberg!

Tenslotte: dankzij alle eerdere lezingen en informatie over Jan Mayen konden we met meer begrijpen ervaren wat dit eiland voorstelt en genieten van de uniciteit van deze dagtrip.

En verder heb ik de grootste bewondering gekregen voor al die poolreizigers en walvisvaarders die zonder Goretex, in wollen kleren op leren schoenen, al die natte kou moesten doorstaan.

Martin Kroon

Lees ook het blog van reisleider en expert Pieter van der Luit: www.polarxl.nl/blog

Vorige blogentryvolgende blogentry

Zelf mee op expeditie?: zie PolarXL



Reacties

  1. Corrie van Rijn zegt:

    Wouw… wat een er ervaring… volg elke dag weer jullie blog en sta verrast wat jullie allemaal meemaken…geweldig, geniet ermet zijn allen van… heel bijzonder!!! Warme groet vooral voor Debby en Martijn!!

  2. Trees zegt:

    Gezegende mensen die dit kunnen en mogen meemaken. Ook bijzonder leuk om langs deze weg te kunnen volgen. Geniet er met zijn allen van, nu en nog lang daarna. Groetjes…. Trees

  3. Katrien Stynen zegt:

    Hej Mike, hopelijk alles nog bicky op da schip en al veel gespot! Groeten, katrien 🙂

Zoek uw ideale bestemming!

Voorkeur bestemming

Continent:
Land:
Prijsklasse: