2014.22 – Birding Down Under – Endemische soorten

Geplaatst op: 24 november 2014

We zijn inmiddels in Nieuw Zeeland aangekomen, maar de vlucht ernaartoe had wel beter kunnen zijn. Waar Willem een tweezitter met extra beenruimte (tegen extra betaling) voor zichzelf alleen had, bevond ik me naast een tamelijk aanhalige Chinees, die de halve nacht met zijn hoofd op of tegen mijn schouder heeft geslapen. Beetje jammer, maar we zijn er.

In Christchurch snel de huurauto gehaald en naar Twizel gereden. Bijna niemand zal ooit van Twizel gehoord hebben, tenzij je vogelaar bent natuurlijk. Elke zichzelf respecterende wereldvogelaar zal bij het horen van de naam Twizel meteen een Pavlovreactie laten horen, die bestaat uit slechts twee woorden: Black Stilt. Neefje van onze Steltkluut, maar bizar zeldzaam, er zijn nog slechts 23 broedparen over van deze soort. Voor vogelaars dus een magneet om heen te gaan. Ook een andere bijzondere Nieuw Zeelandse vogels is hier te vinden, Wrybill. De enige vogel waarvan de snavel naar opzij buigt en altijd naar rechts. De prachtige Nederlandse naam is dan ook Scheefsnavelplevier.

De derde doelsoort bij Twizel is de Black-fronted Tern, een mooie kleine stern met een oranje snavel en witte streep over zijn wangen. Deze soort laat zich gelukkig makkelijk vinden, want voordat we in Twizel aankomen, hebben we de soort al binnen. De Black Stilt en Wrybill laten zich echter niet zien, maar niet getreurd, dat hebben we voorzien, we slapen dus vannacht hier.

The morning after. Wederom zoeken we ons het apelazerus, maar wat we ook vinden, geen Black Stilt. Het informatiecentrum is voorlopig gesloten, dus we moeten zelf maar de omgeving aflopen op zoek naar geschikt habitat. Hoe hard we het echter ook proberen, het wil maar niet lukken. Tijd dus om ons zoekgebied uit te breiden en gelukkig heeft dat wel succes, want een kilometer of 30 buiten Twizel is het raak, twee prachtige Black Stilts komen boven ons langs vliegen en gaan op een meter of 10 in het gras zitten. Bingo!

Onze volgende stop ligt aan de andere kant van het Zuidereiland. Aan de westkust komen tussen september en december Fiordland Crested Penguins aan land om te broeden. Waar deze dieren in de winter zitten is onbekend, dus het is zaak om ze nu te gaan zien. Ook dit is een zeldzame soort met slechts een paar duizend individuen, die op maar een paar plekken betrouwbaar te zien is. Eén van die plekken bezoeken wij, en na een wandeling van een klein uurtje door een prachtig bos met inheemse boomsoorten komen we aan bij het strand en voor we nog goed en wel zitten, zien we er al twee! De eerste van een flink aantal pinguïnsoorten die we deze reis moeten gaan zien.

Op de wandeling terug door het bos doen we het rustig aan en vinden we onder andere de prachtige New Zealand Pigeon, Tui, New Zealand Fantail en Bellbird, allemaal soorten die voor Willem nog nieuw zijn. Een soort die ook voor mij nog nieuw is, Okarito Kiwi, zit hier een kilometer of 50 vandaan en we besluiten dan ook om maar op goed geluk die kant op te gaan om te zien of we ons bij een Kiwitour kunnen aansluiten, maar ons geluk is op voor vandaag, de tour is uitverkocht.

Zonder Kiwi rijden we verder naar het noorden, op zoek naar een hotel. Dat valt niet mee en pas na een uur of twee hebben we een slaapplaats. Duur en niet heel goed, maar slapen lukt ons wel na een dag als vandaag.

Vanuit Christchurch,

Pieter van der Luit

 

 



Comments are closed.

Zoek uw ideale bestemming!

Voorkeur bestemming

Continent:
Land:
Prijsklasse: