2012.4 – Atlantic Odyssey 2012: El Calafate

Geplaatst op: 19 maart 2012

Dag 3: El Calafate en Perito Moreno

Gister was echt een vroegertje: om 4.00 uur werden we uit bed gebeld en om 4.35 uur reden we naar de luchthaven. Aerolineas Argentinas had het, nadat we het hotel al geboekt hadden, op z’n heupen gekregen en niet alleen de vlucht met een uur vervroegd (naar 7.00 uur) maar ook de luchthaven veranderd in het verder weg gelegen Pistarini. Voordeel van de wijziging was wel dat we met een nieuw toestel vlogen (B737 winglets) zodat men niet moeilijk deed over het feit dat sommigen van ons ruim boven het bagagemaximum van 15 kg zaten. Nou heb ik van het hele gezelschap het minste op met opstijgen, maar daar had ik gisterochtend dus helemaal geen last van: we gingen gladjes de lucht in terwijl de zon opkwam, met uitzicht op de omringende velden in de ochtendnevel, een prachtig gezicht!

Ruim twee uur vlogen we boven een dik wolkendek, maar toen dat eenmaal openbrak was het ook meteen klaar met de wolken, en werden we getrakteerd op – onder ons – de spaarzaam met bosjes bedekte ‘Patagonian steppe’ en rechts (ten westen) van ons de besneeuwde toppen van de Andes! Na drie uur vliegen zetten we de daling in met een prachtige aanvliegroute over meanderende rivieren, kleine ronde helderblauwe meertjes (waar we zometeen naar de Holy Grebe gaan zoeken – waarvan er nog maar 800 zijn) en wat grotere, modderige meertjes (waar we de komende dagen naar de Magic Plover speuren). Het vliegveld van El Calafate telde slechts twee gates en we stonden dan ook in no time bij onze gids voor de komende dagen. (Niet nadat we even de Patagonian Mockingbird en Patagonian Sierra-Finch hadden bewonderd).

Na inchecken in ons knusse hostel hadden we ‘lunch’ (om 11.00 u) en acht enorme sandwiches later waren we onderweg naar de Perito Moreno gletsjer, in nationaal park Los Glaciares. Helaas voor de ons verplicht vergezellende gids van het park zijn wij dol op watervogels, dus toen we langs de rand van het meer reden en daar bakken vol zwanen, eenden, fuutjes en meerkoeten ontwaarden, konden we niet anders dan stoppen en onze ogen uitkijken (zie onder voor de liefhebbers: hier wil ik niet onvermeld laten onze eerste Chileense Flamingos, een Stoombooteend en de eerste leuk te bekijken Chimango Caracaras – een roofvogel verwant aan de valken die hier de ecologische niche vult die bij ons door kraaien wordt ingenomen). Tijdens de volgende stop zagen we een clubje Guanaco’s hoog op een berghelling, wilde oranje Lama’s.

Uiteindelijk reden we door naar de gletsjer, met onderweg erg gave (loof)bomen, in de meest kleurige variëteiten en grillige vormen. Grappig genoeg kan je goed zien dat het hier late zomer is; de herfst begint over een paar dagen (net als bij ons de lente) en de bladeren hebben uiteenlopende kleuren. Bovendien hangen aan de meeste bomen olijfgroene baardmossen en in veel ook oranje-bruine bosjes maretak, wat het geheel een feëriek aanzicht geeft.

In de verte doemde de gletsjer op, die hier aan de voorkant in een groot meer uitkomt. Enkele statistieken (we probeerden te luisteren onze gids, maar de neiging tot naar buiten kijken konden we nauwelijks onderdrukken): de gletsjer is 70m hoog en een paar km breed aan de voorkant (breder verder naar boven); de totale oppervlakte is groter dan die van Buenos Aires en in het midden verplaatst hij zich met 2m per dag. Het is de enige gletsjer ter wereld die niet spectaculair in omvang is afgenomen de laatste eeuw; andere gletsjers zijn nu bijna verdwenen (daar kregen we plaatjes van te zien). Een groot rond schiereiland ligt pal voor de gletsjer en daarop parkeerden we de bus en liepen het pad af, dat ons op diverse hoogten voorlangs de gletsjer leidde. Door onze verrekijkers konden we goed in de vele spleten kijken die, net als sommige van de afgebroken stukken ijs (nu in het meer drijvende ijsbergen), een onbeschrijflijk smurfen-neon-blauw gloeiden. Volgens de gids hadden we het grootste spektakel net op twee weken gemist: de punt van de gletsjer zat tegen ons schiereiland aan en hield de twee delen van het meer gescheiden. Toen het water van de ene naar de andere kant begon te lopen vormde dat een groot gat in de gletsjer en een natuurlijke brug die steeds verder uitholde en uiteindelijk instortte; dit fenomeen doet zich de laatste jaren eens in de vier jaren voor. Nu resteerde een losstaande ijspegel van 60m hoog.

Het vogelen was op deze prachtige plek een beetje ondergeschikt, hoewel we wel onze eerste Andescondors konden optekenen die hoog boven de punt van de gletsjer cirkelden. Naast het gave uitzicht werd het vogelen bemoeilijkt door de sterke wind (40 km/u); wel hadden we bij wijze van hoge uitzondering stralend zonnig weer (meestal miezert het hier).

Afgezien van het formaat en de kleuren was misschien wel het meest fascinerende van de gletsjer het regelmatige geluid van de beweging van het ijs over de rotsen, en van stukken ijs die van de voorkant in het meer vielen. Als je dat hoorde was je natuurlijk al te laat, en zag je alleen nog het meer rimpelen, maar we waren wel getuige van een ander bijzonder verschijnsel: een grote ijsberg die voor onze neus dreef brak plotseling en met veel kabaal in tweeën, waarna beide delen ondersteboven rolden. Daarbij kwam de onderkant, die al tijdenlang onder water had gezeten, ineens boven en toonde de afgeronde vormen van het blauw-groen-grijze ijs. Zoals ik al schreef: eigenlijk onbeschrijflijk.

Faunistische hoogtepunten:
El Calefate: Black-necked Swan en Coscoroba Swan, Upland Goose, White-tufted Grebe, Chileense Smient, Rode Slobeend, Speckled Teal, Flying Steamerduck, Chileense Flamingo, Chimango Caracara en Bar-winged Cinclodes.

NP Los Glaciares: Cinereous Harrier, Andean Condor, Black-chested Buzzard-Eagle, Austral Pygmy-Owl, Chilean Flicker, Thorn-tailed Rayadito, Tufted Tit-Tyrant, Dark-bellied Cinclodes, Austral Thrush. En een clubje Guanaco’s, de sterk bedreigde Patagonische Hommel en twee soorten Nothofagus (een lokale boom).

Vanuit El Calafate,
Remco Hofland 

Zelf mee met de Atlantic Odyssey? Kijk hier voor meer informatie.

Liever mee met een korte Odyssey? Kijk dan naar de North Atlantic Odyssey.

Vorige blogentry   –   volgende blogentry

 



Reacties

  1. Veronique Hendriks zegt:

    Hallo reizigers,
    Onbeschrijflijk misschien dat gletsjer-landschap, het lukt je anders heel aardig, Remco,

    Je verhalen laat ik visueel ondersteunen door te kijken op google-afbeeldingen.
    Ik kijk naar landschappen, vogels en overige flora en fauna.
    Moet inderdaad prachtig zijn!
    Veel plezier maar weer en groeten uit Leiden! W & V Hendriks.

  2. WERNER HENDRIKS zegt:

    Dag Odyssey’ers, Kasper c.s.,

    Wat een ervaringen! Nu al; jullie zijn net onderweg. De google-plaatjes van de gletsjer geven een aardig beeld; er echt zijn moet overweldigend zijn. Is het trouwens “normaal” dat een gletsjers zo snel beweegt?
    Hopelijk komen er nog heel wat avonturen langs. En kunnen we een beetje meegenieten.

    Groet,
    Werner Hendriks

  3. Remco Hofland zegt:

    Vandaag mogelijk een eclips man Slobeend gevonden. Eerste voor Argentinië (en Z Amerika?), 5 u geleden op Strobel Plateau, Patagonië. Gevonden door Paul Schrijvershof, met Kasper H, Wesley O, Bertus de L, Marijke R, Frank van D en Kini Roesler. Op Strobel ook 40 Hooded Grebe, 10 Magellanic Plover en 3 Austral Rail. Binnenkort meer in de volgende blogentry.

  4. Peter de Knijff zegt:

    Hoi allen,

    Ik loop waarschijnlijk vooruit op jullie volgende blog-bericht:

    Een eclips Slobeend is in maart eigenlijk onmogelijk, tenzij de vogel zich aan een andere seizoencyclus heeft aangepast.. Dat zou dan wel op een langdurig verblijf (en aanpassing) duiden. Daarmee blijft het een zeer interessante waarneming, hebben jullie foto’s!
    het zou een 1e winter (2e KJ) vogel kunnen zijn…..

    gr.

    Peter de Knijff

Zoek uw ideale bestemming!

Voorkeur bestemming

Continent:
Land:
Prijsklasse: