2011.48 – Pacific Odyssey: Dag 40 en 41

Geplaatst op: 26 mei 2011

Dag 40 – 18 mei 2011: Miyaki-Jima naar Yokohama, Japan

Miyaki-Jima was een tegenvaller. Bij het eerste ochtendgloren, zo ver noordelijk, ver voor vijven, stonden de meesten aan dek omdat ze graag de Japanese Murrelet wilden zien. Ergens rechts, vrij ver weg, was het hoge eiland Miyaki-Jima te vinden; recht vooruit, nog vager, de broedrotsen van het gewilde alkje de Japanese Murrelet. Toen we, enigszins gespannen, na twee uur varen eindelijk de rots naderden, konden we slechts één keer erlangs om daarna koers te zetten naar Yokohama Bay.

Ingespannen tuurden we de zee af waar, ‘niet onaardig’ (de lijfspreuk van Pieter), meer dan 3000 Streaked Shearwaters heel gaaf door elkaar aan het fourageren waren. Ons doel, het alkje, was echter nergens te bekennen. Totdat Chris Collins er één omriep, die ver en hard van rechts richting de rots vloog – en alleen Nils, onze Zweedse meest scherpe medereiziger – in staat was ‘m op te pikken. Een dik half uur later en de rots inmiddels voorbij, vloog er nog één langs, nog verder weg, die iets meer mensen (wij ook) konden oppikken – een waarneming van niks.

Langzaam verdween de broedrots achter ons, we gingen ontbijten en de stemming was een beetje gedaald…

Wat niet hielp, was dat we halverwege de dag op een leeg stuk (op honderden Streaked Shearwaters na), drie uur doelloos ronddreven. De Japanse autoriteiten hadden verordonneerd dat van alle crew en passagiers de lichaamstemperatuur moest worden opgemeten en die gegevens waren naar het kantoor in Yokohama gemaild. Iemand had kennelijk een te hoge temperatuur en daarom kregen we geen ‘clearance’ om Yokohama Bay binnen te varen. Enig lichtpuntje: de zee was dermate spiegelglad dat alle details zichtbaar waren wat dan ook een gave sighting van een groep Baird’s Beaked Whales opleverde (plus de laatste Potvis van de reis). Toen ik letterlijk even 5 minuutjes naar beneden was miste ik mijn derde zeeschildpad (en tevens de laatste van de reis), maar daar stond tegenover dat ik wel het enige stormvogeltje van de dag meegrabbelde, volgens Steve Howell waarschijnlijk een Swinhoe’s Stormvogeltje (maar hij vloog te ver om zeker te zijn van de determinatie).

De dag nam echter een onverwacht positieve wending toen we de wijde Yokohama Bay eindelijk inmochten. Ineens vloog daar een adulte Laysan Albatros voor de boot langs en verdween langzaam uit zicht. Die hadden we al opgegeven! De andere soort die we al hadden opgegeven was de Japanese Murrelet; totdat (alweer) Chris Collins enkele specs (stipjes) ontwaarde aan de horizon; dit bleek een schattig paartje Japanese Murrelets te zijn met twee nog-niet-vliegvlugge jongen, waar we op een haar na langzaam langsvoeren, zodat het gepiep van de jongen goed hoorbaar was en er de nodige foto’s konden worden gemaakt. Dit schouwspel herhaalde zich enkele malen, en eenmaal voeren we zelfs rakelings langs een creche van zo’n 15 Japanese Murrelets: fantastisch!

Mijn persoonlijke favoriet diende zich ook nogmaals aan: ditmaal was het een adulte lichte fase zomerkleed Middelste Jager die langsvloog.

Ook niet heel erg vervelend waren de groepjes zomerkleed Grauwe Franjepoten die fanatiek fouragerend op de aalgladde zee ronddobberden: regelmatig zagen we er enkele (of groepjes tot 10 stuks) tot op 30 meter en ook dat vormde een dankbaar onderwerp voor de fotografen. 

Overigens zagen we geen Ancient Murrelets (afgezien van een – ontelbaar – paartje, vér voorbijsjezend) of Rhinoceros Auklets in Yokohama Bay: deze soorten overwinteren hier maar zijn nu, medio mei, waarschijnlijk grotendeels al weer onderweg naar de noordelijker broedgebieden. Wel onverwacht was een laatste Black-footed Albatross terwijl we de skyscrapers van Yokohama al in beeld hadden; een laatste Kleinste Jager besloot de reis. We brachten de nacht door verankerd net buiten de haven van Yokohama.

Remco Hofland

Dag 41: 19 mei 2011 – Yokohama, Tokyo, Narita Airport, Japan

De laatste dag van de reis was een beetje vreemd. Het ontbijt stond gepland voor 6.00 uur, maar omdat het rond 4.30 uur al licht was, was ik vroeg buiten. De aalscholvers bleken de onze (Great Cormorant in plaats van Japanese), de sterns Visdieven (de oostelijke ondersoort), er vlogen wat adulte Black-tailed Gulls rond en toen we de haven van Yokohama binnenvoeren konden we nog een laatste Grauwe Franjepoot, Dwergsterns, wat Eastern Spotbills (Vlekbekeenden), een lugens Witte Kwikstaart, de eerste Ringmussen en White-cheeked Starlings en zowel Large-billed als Oriental Crows (de laatste kennelijk een split van de Zwarte Kraai) aan onze triplist toevoegen. De officiële lijst was de avond tevoren gesloten en vastgesteld op 231 soorten en daarmee had iemand een mooi boek over Antarctica gewonnen (ik had 228 gegokt).

Op de passenger terminal van Yokohama stonden de nodige oudere Japanners, die met grote (en kleine) lenzen foto’s van ons maakten en flink naar ons zwaaiden. Het was prima weer, ’s ochtends vroeg op een donderdagochtend, en deze mensen hadden kennelijk niets beters te doen dan naar een stelletje buitenlanders te kijken – weten we eindelijk wat die vogels op de Maasvlakte voelen als wij met z’n allen d’r omheen staan! Alleen keken wij niet terug maar richtten onze kijkers op de haven en het grasveldje naast het parkje, op zoek naar nog meer lifers.

Nog onwerkelijker dan de vreemden die ons opwachtten was de luide klassieke muziek die over de haven schalde terwijl de trossen werden vastgemaakt. We voelden ons in ieder geval erg welkom! Nette geüniformeerde meneren met witte handschoentjes vervulden de scheepsformaliteiten; onze bagage werd van boord gedragen en daarna gingen wij. Iedereen een handje geven, zelfs de mensen aan wie je tijdens de reis om uiteenlopende redenen een beetje een hekel had gekregen (maar de meesten waren top en goed gezelschap), er werden last-minute nog wat emailadressen uitgewisseld en er werd afscheid genomen van de staff. Daarna liepen we gezamenlijk naar de paspoortcontrole – één grote hal voor ons alleen. Iets meer dan een half uur later stonden we buiten waar de bus klaar stond om ons naar het Y-Cat busstation te brengen, vanwaar een directe bus naar Narita Airport vertrok. Enkele reizigers zouden nog enkele dagen tot een lange week in Japan blijven (waaronder ik), maar de meesten hadden voor vandaag, of morgenochtend een vlucht naar huis.

Ik had maar liefst 9 dagen in Japan, een land waar ik al jaren naar uitkijk om doorheen te reizen. Niet zozeer voor de vogels, hoewel er een paar mooie zitten, maar gewoon omdat het zo sterk anders schijnt te zijn dan de rest van Azië, toch mijn favoriete reisbestemming. Echter, Pieter had het goed bekeken toen hij een vlucht naar huis boekte direct na de bootreis; het vergt nogal een omslag om na viereneenhalve week op zee vrolijk door te vogelen; ik ben zelf nu zes weken weg en ben er eigenlijk wel even klaar mee (gebaseerd op eerdere ervaringen is dit gevoel ongetwijfeld van korte duur). Enkele Britse reisgenoten vroegen me of ik meeging naar Miyaki-Jima, Amami en Okinawa, waar erg fraaie zeldzame soorten zitten, maar ik had me op zee voorgenomen eerst ‘ns te checken of ik niet wat eerder naar huis kon.

En dat kon, zodat Pieter en ik vrijdagochtend 20 mei om 7.30 uur samen bij de KLM-desk stonden om in te checken – waar we vernamen dat onze vlucht gecancelled was en samengevoegd met de middagvlucht die 4 uur later vertrekt…

KLM deed haar slechte reputatie op het gebied van klantvriendelijkheid zonder meer veel eer aan en de vier uur extra wachten op het – vrij rustige – vliegveld van Tokio duurde langer dan gewild. Laatste hoogtepuntje van de reis: tijdens het wachten begon alles om ons heen flink te schudden, een aardbeving! Kijkend naar de Japanners om ons heen concludeerden we dat het waarschijnlijk een kleintje geweest was, maar enig zoekwerk op internet leerde ons dat het toch een flinke schok van 6.0 geweest is….

Remco Hofland & Pieter van der Luit

Lees ook het afsluitende blog: Atlantic vs. Pacific

 

 



Comments are closed.

Zoek uw ideale bestemming!

Voorkeur bestemming

Continent:
Land:
Prijsklasse: