2011.19 – Atlantic Odyssey: Dag 18 en 19

Geplaatst op: 16 april 2011

Dag 18: 13 april 2011 – “Accessible Island Rail”

Het is nu 20:30 uur en we liggen voor anker voor Tristan. Buiten is het aangenaam: 18 graden en windstil. De keuken- en hotelcrew haalt de ene na de andere vis binnen van het achterdek. De sfeer onder de passagiers is euforisch. Vanmorgen zijn we verheven tot de elite der vogelaars die het genoegen hadden te kunnen landen op Inaccessible Island. En yes, we hebben hem gezien, de Inaccessible Island Rail: Atlantisia rogersi!

Na de hele nacht voor Tristan te hebben gelegen lichtte het schip om 6:30 anker en togen we richting Inaccessible Island. De sfeer aan de ontbijttafel was ontspannen, want een blik naar buiten was genoeg om te beseffen dat het bijna niet meer mis kon gaan: minimale golfslag en nauwelijks wind. Terwijl de zodiac met expeditieleiders uitvaart om de landingscondities te checken, vermaken wij ons op het achterdek nog even met een White-bellied Storm Petrel die één van de Noren vanmorgen vond en voor ons had bewaard. Wederom een leuke handsoort.

Inaccessible ligt er accessible bij vandaag. Een flauw zonnetje geeft kleur aan de metershoge tussockpollen op de steile klifwanden van het eiland. Boven het oerbos op 400 meter hoogte vliegen talloze Grote Pijlstormvogels en Spectacled Petrels. Vanaf het keienstrand volgt snel bericht: we hebben een ‘go’!

Eenmaal op de kust volgt een bizarre ervaring: waar we gisteren op Tristan da Cunha met moeite twee Tristan Trushes (Nesocichla eremita) eremita zagen, struikelen we hier meteen over vele tientallen exemplaren van de ondersoort gordoni. Ze foerageren massaal op de rottende plak kelp die er ligt en compleet met een berg aangespoeld afval en de vele vliegen lijkt het alsof we op een vuilnisbelt zijn beland als je niet verder om je heen kijkt. Diverse dode Northern Rockhopper Penguins liggen op de keien: het trieste gevolg van de olieramp bij Nightingale Island een maand geleden. Vrijwel meteen is ook de tweede doelsoort in de pocket; Inaccessible Buntings (Nesospiza acunhae) zijn royaal vertegenwoordigd.

Maar nu de ral nog.

Het smalle keienstrand is voor een groot deel begrensd door een plateau met metershoge graspollen, met daartussen talloze Subantarctic Fur Seals. De ruimte onder de pollen vormt een wereld op zich en bij enkele doorkijkjes wordt door Simon Cook het geluid afgespeeld. Niks, alleen lijsters die 10 centimeter voor de speaker komen kijken. Dan komt de melding dat Adam, een andere expeditieleider, een ral heeft gezien langs de uiterste oostpunt van het strand. Hier wachten levert aanvankelijk niks op en na de melding van een waarneming op de ‘oude plek’ togen we de paar honderd meter over die vervelende rotkeien maar weer terug. We liggen nog geen drie minuten op ons buik in de grasjungle als Menno via de portofoon meldt dat de eerste vogel weer gezien is. Hij heeft geroepen en vanwege de kleine oppervlakte van het biotoop aldaar is het onze beste kans op succes volgens hem.

Na enige aarzeling dus opnieuw 300 meter terugzweten over weer die rotkeien en dat smerige kelp, omgeven door lijsters en gadegeslagen door de niet-vogelende medetoerist die er toch niks van begrijpt. Maar dan is het meteen raak: onder de grassprieten en aangespoelde plastic kratten en andere rommel stapt langzaam een minuscuul zwart veren bolletje voorbij en komt dan tevoorschijn: knalrood oog en een relatief lang dun snaveltje. Wat een beest!

Opluchting alom, zeker omdat de op de keien brekende golven frequenter worden en de tijd begint te dringen, willen we nog naar Nightingale Island vandaag. Maar nog niet iedereen heeft iets gezien en spannende minuten volgen. Dat kwam goed; uiteindelijk laten zich twee vogels, (naar later bleek) adult en onvolwassen, fantastisch zien, waarbij er door de ervaren fotografen in het gezelschap enkele fraaie plaatjes worden gemaakt.

Missie geslaagd, op naar Nightingale Island. Om het maar meteen kort te houden: geen landing vandaag, want de rotsen (er is geen strand) zijn te glad (vooral ook door de aan de eraan klevende olie!) en het tij is te laag, zodat uitstappen (en instappen) voor de bejaarde medemens een hachelijke kwestie kan zijn. Gelukkig volgt nog wel een zodiac-cruise rond het eiland, waarbij de aantallen van de derde ondersoort van de Tristran Trush (N. eremita procax) en de Nightingale Bunting (Nesospiza questi) snel in de dubbele cijfers lopen. Op Nightingale broedt volgens de laatste informatie verder drie miljoen (!) paar Grote Pijlstormvogels en als een wolk gierzwaluwen cirkelen ze voortdurend boven het eiland. Op de rotsen staan enkele nog levende maar uitgehongerde Rockhopper Penguins onder de olie, die men helaas niet heeft kunnen redden. Eenmaal terug blijkt ook onder onze zodiac een flinke plak olie te zitten. De enige smet op een verder fantastische dag.

Het laatste uurtje daglicht wordt relaxed doorgebracht achter het raam van de lounge. Nou ja, relaxed, het werd zowaar nog even hard werken: terugvarend richting Tristan zien we van 17:55 tot 18:40 uur maar liefst 2100 Soft-plumaged Petrels voorbij komen (80 per minuut!). Sjaak telde er aan de andere kant van het schip ondertussen evenveel, zodat in drie kwartier zeker 4200 Soft-plumaged Petrels voorbij zijn gevlogen, vermoedelijk op weg naar hun broedplaatsen op Inaccessible. Een mooie afsluiter. Maar de Wilkin’s Bunting lonkt …

Garry Bakker

Dag 19: 14-04-2011 – Tristan Da Cunha Part II

Omdat we de vorige dag helaas niet op Nightingale Island konden landen waren we weer terug bij Tristan Da Cunha. Het plan was om de nacht voor anker te gaan en dan de volgende ochtend contact opnemen met de schoonmaakploeg op Nightingale Island om de condities te peilen of het mogelijk was om te landen. Vol spanning zitten we na het onbijt te wachten op de verlossende woorden van de expeditieleider. De eerste uitspraak geeft ons al direct een naar onderbuik gevoel, “willen jullie eerst het goede of het slechte nieuws?” Helaas blijkt het niet mogelijk om op Nightingale te landen waardoor de kans op de Grosbeak Bunting en nestelende Grote Pijlstormvogels en Yellow-nosed Albatrosses zijn verkeken.

Het plan is om weer naar Tristan Da Cunha te gaan waar we wel aan land kunnen. Als alternatief staat een klim naar de broedende Yellow-nosed en Sooty Albatrosses op het hoogplateau gepland. Aan deze tour onder leiding van ervaren gidsen van Tristan schrijft zeker 40 man zich in. De landing is nog eenvoudiger op Tristan dan de vorige en nadat de groep compleet is rijden we met drie volgepropte Land Rovers naar de voet van de vulkaan.

De zon breekt door en de temperatuur loopt snel op, Sjaak zijn thermometer geeft al snel 26 graden aan. Via een zogenaamde Gully (droge rivierpedding van puinsteen) lopen we gestaag omhoog. Op sommige gedeeltes moeten we met behulp van een touw en behulpzame toegereikte hand omhoog klimmen. Al zigzaggend klimmen en klauteren we de steile helling op, via de schapenpaadjes gaat de groep gestaag omhoog.

Op eenderde van de klim zie ikzelf er geen heil meer in, de rugzak met bijna 20 kg aan fotoapparatuur maakt het er ook niet makkelijker op, en zo daal ik samen met een Oostenrijker af  naar beneden. Een schrale troost voor mij is dat er vanaf het schip op dat moment wordt omgeroepen dat de russische crew de vissen van vorige nacht aan het schoon maken is en op de overboord gegooide visafval komen meer dan 100 Yellow-nosed Albatrosses af die enkele meters naast het schip zwemmen.

De rest van de groep klimt vastberaden door en Sjaak schiet als een Steenbok de berg op om als eerste aan te komen. Na een klim van bijna twee uur is bijna iedereen boven, onderweg hebben nog enkelen af moeten haken, en wordt de eerste Yellow-nosed Albatross op het nest waargenomen. Een bijna volgroeid jong, met nog enkele donsplukken, zit in een mytisch landschap van boomvarens en veenmos. De daling is godzijdank veel eenvoudiger door een helling van lavagruis waar wij als Hollandse duinlopers aan gewend zijn. Dat wij als bewoners van de lage landen hier niet aan gewend zijn, wordt de volgende ochtend duidelijk aan de stijve beenspieren, doorgeprikte blaren en verkrampte kuiten.

In de tijd dat de rest de berg verder beklimt, ben ik weer terug in het dorp en besluit nogmaals een bezoek te brengen aan de pinguinopvang. Het blijft een triest gezicht om de prachtige Northern Rockhoppers onder de olie te zien. Slechts bij enkelen is de kuif nog geel maar velen zijn volledig bedekt. Deze dag is de impact nog duidelijker zichtbaar bij de dieren die nog schoon gemaakt moeten worden. Enkele vogels staan wat hoger dan de rest wat mij in eerste instantie doet vermoeden dat er enkele stenen zijn neergelegd voor de vogels om op te staan maar al snel wordt duidelijk dat deze vogels op de overleden soortgenoten staan. Gelukkig vertelt een vrijwilliger dat ze bezig zijn om een bassin te maken bij de kust zodat de dieren vanuit daar weer vrij kunnen worden gelaten. In enkele andere bassins zijn de aangesterkte Northern Rockhoppers al druk aan het zwemmen en poetsen, een bemoedigend gezicht.

Samen met Jan varen we met de zodiac terug naar de Plancius waar inderdaad een groep Yellow-nosed Albatrosses om heen zwemt. Vanaf het achterdek wordt door Graham iets geroepen wat we niet direct verstaan maar als we iets dichterbij komen horen we “Franklins Gull, Franklins Gull right in front of you on the water”.
Een prachtige adult zomerkleed Franklins Gull met een roze zweem op de onderdelen zwemt voor ons. Vanuit de deinende zodiac lukt het om enkele plaatjes van de vogel op het water te maken.

Aan boord snel een aantal vissenkoppen en vinnen verzameld en vanaf het landingsplatform van de zodiacs kan ik de albatrossen op minder dan twee meter dichtbij lokken. Na  een uur komt ook de groep die de klim succesvol heeft volbracht aangevaren en ook zij kunnen op enkele meters van de albatrossen varen. Het is prachtig om te zien hoe een Grote Pijlstormvogel als een Zeekoet onder water duikt (onder water vliegend) om ook zijn portie te bemachtigen, een verschil met de Yellow-nosed Albatrosses die ook naar de vissenkoppen duiken maar voortgestuwd door hun grote poten. Zij duiken slechts enkele meters terwijl de Grote Pijlstormvogel echt in de diepte verdwijnt.

Nu iedereen weer aan boord was wordt het anker gelicht en verlaten we Tristan Da Cunha. Terwijl we het eiland achter ons laten, neemt de stroom Soft-plumaged Petrels toe met een toppunt van honderd vogels per minuut! In het uur voor zonsondergang tellen we 4.200 vogels die in een uur het schip passeerden. Hiertussen bevinden zich ook tientallen Spectacled Petrels en enkele Great-winged Petrels, Great en Subantarctic Little Shearwaters.

Menno van Duijn


Voor meer informatie zie: www.ineziatours.nl/vogelcruises

 



Reacties

  1. Bas vd Burg zegt:

    Errug gaaf om de blogs te lezen gasten, ben stiekem toch best wel jaloers.

Zoek uw ideale bestemming!

Voorkeur bestemming

Continent:
Land:
Prijsklasse: