2012.5 – Atlantic Odyssey 2012: Nieuwe soort voor Argentinië

Geplaatst op: 21 maart 2012

Dag 4 en 5: Strobel Plateau: eindeloze vlakten en oneindige sterrenhemel

De afgelopen 48 uur (19-20 maart) brachten we door op het onvergelijkbare Strobel plateau ten oosten van El Chalten in Patagonië. Eindeloze vlakten met ‘patagonische steppe’ in wisselende samenstelling van planten, wolken en bergruggen. Modderige en diepturkooisblauwe meertjes en af en toe een grindrivier. We startten maandagochtend met 200 km asfalt en daarna c. 100 km onverhard met alweer een zonovergoten dag.

Geen mens op de weg; één van de eerste auto’s die we tegenkwamen had panne en werd geholpen met 2 liter drinkwater voor z’n kokende motor. Door enkele stops voor het bekijken van allerhande kleine zangvogeltjes schoten we niet heel erg snel op, en het was dan ook pas rond 14.00 u dat we het meertje op het netvlies kregen waar de zeldzaamste en qua uiterlijk fraaiste specialiteit van deze 4-daagse trip moest zitten: de Hooded Grebe (spierwit met zwarte rug en nek en oranje kroontje, en enorm zeldzaam en lokaal).

We parkeerden de bus een goede kilometer van het meertje en liepen het restant naar een steenhelling met prachtig uitzicht. Op het meer van c. 900x800m zaten honderden Zwarthalszwanen, eenden en meerkoeten – en maar liefst 40 Hooded Grebes. Google die soort maar ‘ns, en stel je dan voor hoe ze dat oranje kuifje rechtoverend zetten. Heel spectaculair! Aan het bijzondere moment droeg bij het stralende weer, de grote aantallen watervogels, maar met name ook de absolute stilte hier: geen vliegtuigen, auto’s, mobieltjes (want de laatste 48 u ook geen bereik), zelfs geen wind of insekten – alleen af en toe een fluitend roepje van een Chileense Smient of Hooded Grebe.

Het werd alleen wat rumoeriger toen Kasper de eerste Magellanic Plovers vond, een andere zeer gewilde soort, hoewel wat saaier van kleur (grijs, met roze poten en een kort zwart snaveltje). Desalniettemin een toppertje, want dermate bijzonder qua habitatkeuze en gedrag dat hij z’n eigen vogelfamilie vormt. Door rond het meertje te lopen kregen we ze op luttele meters afstand te zien, en de foto’s en video’tjes zijn er dan ook naar. We moesten af en toe langs wat Two-banded Plovers, Tawny-throated Dotterels, Bairds en Bonapartes Strandlopers of de hier bepaald niet zeldzame Least en Grey-breasted Seedsnipes kijken, maar dat droeg alleen maar bij aan het goede humeur. Een stel nieuwsgierige knaagdieren, een hagedis en een enorm oude plant (lijkend op mos op steen, maar eigenlijk een soort ultrakort boompje van honderden jaren oud) completeerden het natuurbeleven.

Aan het eind van de dag reden we twee uur door naar onze overnachtingsplek, waar een Velduil voorlangs vloog terwijl we de prachtige riet- en grasvelden binnenreden. We kregen een verzorgd ‘home-cooked meal’ met veel gegrilde lam en een uitstekende zelfgemaakte creme brulée toe. De poes kreeg mogelijk minder (goed) te eten, want die vulde haar dieet aan door buiten vanaf de vensterbank motten te vangen en met kennelijke smaak te verorberen. Na het avondmaal liepen we terug naar onze kamer onder de minst-met-strooilicht-vervuilde sterrenhemel ooit, met duizenden zichtbare, al dan niet vallende sterren, een duidelijke Melkweg en zelfs een passerende satelliet.

Hoewel er ‘s nachts veel wind stond en we ons opmaakten voor één van de beruchte ‘patagonian whispers’ (bijna-stormkracht windvlagen die het vogelen hier bepaald onaangenaam kunnen maken), bleek dat ‘s ochtends bij de niet onaardige zonsopgang mee te vallen. Wel hadden we bij het zoeken naar de lokale specialiteit, de Austral Rail, last van sleepwinden die we van grote afstand door de vallei hoorden aankomen en die, na een minuut of twee, net zo plotseling gingen liggen als ze gekomen waren.

Tussendoor vermaakten we ons prima met drie lokale beauties: drie van de uiterst schuwe rallen (Kasper maakte een prachtig video’tje) en diverse Many-coloured Rush-Tyrants en Wren-like Rushbirds. Aan het eind van de ochtend reden we door naar de lokale uilen, grote Magelaen-oehoe’s die uit de wind zaten half onder een struik. De – voor de gids – meest bijzondere vondst van de dag was echter voorbehouden aan het laatste meertje, waar we langsreden voor een nieuwe eend en een meerkoet. Die vonden we, met tussen de honderden eenden echter een extreem bijzondere: een Slobeend! Heel normaal in Nederland, maar wel mooi de eerste voor Argentinië, een nieuwe soort voor de gids, en de tweede ooit voor Zuid-Amerika (na eentje in Peru in 2010).

Bijzonder opgewekt over weer een goede dag en onder het genot van de fraaiste wolkenluchten reden we over de hoogvlakte terug naar de verharde weg, toen we plotseling een auto in de kant van de weg zagen staan met ernaast een spoor van tassen. Dichterbij gekomen bleek de auto waarschijnlijk over de kop te zijn geslagen, en onze chauffeur en de gids checkten de inzittenden. Bleek dat de vrouw niets mankeerde maar haar man minimaal gebroken benen had – en dat wij na twee uur wachten de eerste auto waren die passeerde. We reden snel door op zoek naar één van de SOS palen die hier om de 20 km zijn geplaatst, met satellietverbinding, maar vonden er twee die allebei faalden. Uiteindelijk kwamen we 40 km verderop wegwerkers tegen die middels internet alarm konden slaan (nog altijd geen mobiel bereik); de brandweerauto met medische hulp moest waarschijnlijk uit een 60 km verderop gelegen dorp komen…..

Tegen de avond (c. 20 uur) arriveerden we in het pittoreske El Chalten, aan de voet van de bepaald fraai besneeuwde spitse bergtoppen Fitzroy en Torres. Weer een knus hostel, met goede bedden, goed eten en nabij een (hopelijk) heel goed bos….

Faunistische hoogtepunten

Dag 1: 40 schitterende Hooded Grebes (5% van de wereldpopulatie), 10 fotogenieke Magellanic Plovers, Patagonian Tinamou, tientallen Lesser Rheas (de lokale struisvogel), Variable Hawk, White-throated Caracara, Aplomado Falcon, Two-banded Plover, 150 Tawny-throated Dotterel, Baird’s en Bonapartes Strandloper, Grey-breasted en Least Seedsnipe, (een hele donkere) Velduil, Grey-hooded en Mourning Sierra-Finch, Patagonian Yellow-finch, Common Diuca-Finch, Grey-bellied Shrike-Tyrant, Long-tailed Meadowlark en 150 Guanaco’s, 5 Argentijnse Vossen en wat Konijnmuizen.

Dag 2: 3 Austral Rails, Patagonian Tinamou, Silver Teal, een eclips man (gewone) Slobeend (de eerste voor Argentinië, gevonden door Paul), White-winged Coot, een paartje Magellanic Horned Owl (de lokale Oehoe), Scale-throated Earthcreeper, Plain-mantled Tit-Spinetail, Austral Negrito, prachtige Many-coloured Rush-Tyrants, Wren-like Rushbird, Grass Wren, Long-tailed Meadowlark en weer ruim 200 Guanaco’s.

Vanuit El Chalten,
Remco Hofland 

Zelf mee met de Atlantic Odyssey? Kijk hier voor meer informatie.

Liever dichter bij huis veel pelagische vogels? Kijk dan naar de West Africa Pelagic of de North Atlantic Odyssey.

Vorige blogentry   –   volgende blogentry

 



Reacties

  1. Rob zegt:

    Zeker niet de 2e voor Zuid-Amerika.
    In koude winters overwinteren ze tot in Colombia en Venezuela en er zijn 3 records in Ecuador. Voor wat discussie over het geval in Peru zie hier:
    groups.yahoo.com/group/Birdingperu/message/8039

    Gecheckt op wingclips en ringen?
    ;)

  2. Remco Hofland zegt:

    Beste Peter en Rob, en overige geïnteresseerden,

    Voor onze Argentijnse gids was de optie van een escape v.w.b. de door ons ontdekte Slobeend een non-discussie en gezien de enorme afstanden hier tot aan ook maar een beetje stad en de volledige afwezigheid van water überhaupt in steden, zoals wij dat kennen met slootjes, lijkt me de kans op een escape verwaarloosbaar. Desalniettemin, op de vluchtfoto’s zijn geen wingclips te zien, en z’n rechterpoot leek (door de scoop, op enige afstand) ongeringd.

    We hebben redelijk goede foto’s, gezien de afstand tot de vogel, en daarop zijn de kenmerken goed te zien. We dachten in eerste instantie aan een eclips man, maar realiseerden ons dat dit vreemd is: de mannen in Europa zijn nu in prachtkleed en, zo de vogel zich zou hebben aangepast aan de lokale (hem omringende) Rode Slobeenden – die waren ook allemaal in prachtkleed (volgens de gids kenden ze zelfs geen eclipskleed?) Het zou heel goed een 2e kj man kunnen zijn maar we hebben net even geen toepasselijke literatuur bij ons…

    Inmiddels hebben we begrepen dat het om het 2e geval voor zuidelijk Zuid-Amerika moet gaan, na een geval in Peru in 2010. In ieder geval is het een nieuwe soort voor Argentinië en de toptwitcher van het land wordt over enkele dagen op de plek verwacht! Het is het waarschijnlijk de meest zuidelijke waarneming van de soort ooit.

    Onze gids schrijft een artikeltje voor het Argentijnse vogelblad over de waarneming, wrsch met foto’s van Kasper.

    Groetjes

    Remco, Paul, Marijke, Bertus, Frank, Wesley en Kasper

Zoek uw ideale bestemming!

Voorkeur bestemming

Continent:
Land:
Prijsklasse: